Le Grand Braquet pour une Doyenne à l'Orangerie Imprimer

 

Du 22 avril au 28 mai 2017

Du jeudi au dimache de 14 à 18h et sur RV. ENTREE LIBRE

Ca roule ma poule ! Un regard sur le vélo dans l’art et l’histoire.

langelus

© Jacques De Backer, L'angelus de Roubaix

Depuis son apparition et encore aujourd'hui, la bicyclette apparaît comme un symbole de liberté et d’autonomie. La pratique actuelle du cyclisme, participant à une meilleure qualité de l’environnement, est devenue aussi le symbole d’une certaine qualité de vie. L’engouement pour la petite reine est également partagé par beaucoup d’artistes. Nous vous proposons un regard subjectif sur le vélo dans les champs de l’histoire, du design et de l’art contemporain

Jofroi Amaral, Etienne Auwera, Jean-Marie Biwer (L), Jacques De Backer, Philibert Delécluse, Fatima De Moura et Lisa Schmidt (L), Laurent Perbos (F), Jean-Marc Salmon, Musée du Cycle de Weyler, Willie Verhegghe

 

Peinture, sculpture, photographie, installation, poésie, vélocypèdes historiques

 

IMG_0163.jpeg

IMG_0136.jpegIMG_0131.jpeg

©Jofroi Amaral, Installation avec Esprit nouveau n° 9 

IMG_0186.jpeg

©Musée du Cyclede Weyler, vélocipèdes

salmon-1.jpg

©Jean-Marc Salmon, Bouquet de roses

compo-etoile

IMG_0181.jpeg

©Laurent Perbos, Star et Composition avec jaune. 

IMG 0048

© Philibert Delécluse, Le retable de l'Eddy Mythique

 

Vues de l'exposition ainsi que de l'équipe féminine cycliste aux couleurs de l'Orangerie le 23/04

IMG_0190.jpeg

IMG_0200.jpeg

IMG_0222.jpeg

IMG_0301.jpeg

 

© Willie Verhegghe

LA DOYENNE   of een klassieker als Von Rundstedt-offensief

 

- I - Liège

Liège-Luik, aartsbisschoppelijk in zijn paleizen,

de donkere Meuse die zich verderop tot Maas ontpopt:

stad en stroom met uitgeweken Italiaanse koorts

want zie haar gloeiende bijnaam - la ville ardente -,

deze vurige stede waar ooit maffiose revolverschoten

het lichaam van een topsocialist genadeloos doorboorden.

Of André Cools als Waalse Pim Fortuyn avant la lettre.

Maar ook startschotstad voor de oudste der klassiekers,

met straten die wankelen onder hun grijze schors

van versleten gevels en gulzige uitlaatgassen.

Stad ook met een voetbalploeg die zoals een Vesuvius

hete lava over zijn balgekke bewoners laat stromen:

Luik als het levend Pompeï van het noorden.

Et o la la ses boulettes à la Liégeoise chez Lequet,

met zijn luidruchtige patron die fier is op zijn keuken en

haar wulpse vleesballen  als stevige culinaire kloten.

En hier, ja uitgerekend hier start la Doyenne,

staan renners gehuld in een coloriet van Karel Appel

in de klamme ochtendkou te wachten op een koersmenu

met als plat de résistance hellingen die kuiten en

dijen treiteren, met legendarische bulten die luisteren

naar namen als La Redoute, Haute Levée en Rosier,

Stockeu en de Baraque de Fraiture waar evenwel

geen armtierig frietkraam te bespeuren valt .

Maar wel een armada opgehitste en joelende tifosi.

- II -  Dorpen en bossen

Renners die als reclamekabouters door bossen glijden

in een geur en glans van massageolie en kettingsmeer,

strijdend met het eeuwig diepe groen van sparren en

duisternis die bossen mysterieus en onbetrouwbaar maakt.

Geen enkele klassieker treft zoveel bomen op zijn weg,

zoveel buizerds in de lucht, het peloton doorklieft de stilte

die traag is opgebouwd in desolate dorpen van arduin

waar 's winters mensen lui achter kachels zitten of buiten

bezig zijn met hout dat daarna in diezelfde kachels

in vuur en vlam wordt omgezet. Voor warme harten.

Een oude man gaat wat dieper in zijn deurgat staan en

trekt vergeefs aan een uitgedoofd stompje sigaret,

een vrouw met een tas van skai spoedt zich naar huis

om haar ijskast genoegzaam met wat Spar-spul op te vullen,

zij loopt dicht tegen de gevels aan wanneer motoren en

gierende volgauto's haar adem doen stokken in de keel,

zoveel lawaai en stof en stank zijn niet aan haar besteed,

zij prijst zich gelukkig want ze weet dat

deze storm kort en snel voorbij zal zijn.

- III -  Bastogne

Bij nacht en ontij kreunt deze oorlogsstad nog na

van de ratelende rupsbanden en opgefokte pantsers

die het ultieme nazi- Ardennenoffensief hier

als een blijvende nachtmerrie heeft achtergelaten,

als een stuiptrekking van de waanzin die oorlog heet,

een testament met soldatenbloed geschreven.

Hier ligt het keerpunt in de hoofden der coureurs,

granaatscherven en mitrailleurkogels ketsen af

op de plastieken rennershelmen, Luik is nog ver weg maar

wuift al wuft met zijn bloedrode laatste kilometerdriehoek,

het kneuterig wapperend minivaandel der verlossing.

Hoe Teutoons en Wagneriaans de namen van de generaals

Von Rundstedt en Von Manteuffel ook mogen klinken:

in deze oorlogsklassieker gingen zij roemloos ten onder

aan de krachten van de 101ste Airborne Division

die als triomfator over de bebloede eindmeet ging.

Nieuwe Germanen als Kittel en Greipel sneuvelen hier

zelfs zonder te vechten en knarsen hun tanden stuk,

ze blijven gewoonweg thuis van dit front en dromen

in pluchen zetels hun dikke sprinterskuiten aan flarden,

de Ardennenklassieker duldt geen rambos op zijn bulten

maar kickt op het fijnbesnaarde werk van flyers en

pédaleurs de charme in een koerslandschap dat zich

van mortiervuur en bloederige geschiedenis herstelt.

- IV -  Exploten

De wondere taal van Molière en mijn pseudo-Waalse hersenen

duwen Maître Jacques Anquetil onstuitbaar naar plaats 1:

we schrijven 2 mei 1966, een bloedhete lentedag,

womanizer en Don Juan Jacques laat zijn zweetzout gul

op de Ardennenbodem vallen, duwt iedereen uit zijn wiel en lapt

daarna als winnaar de dopingcontrole aan zijn koersschoen,

geen urinepolonaise aan het  lijf van Monsieur Chrono.

Juist onder hem plaats ik de Bretoense das Hinault die

met een ijskoude grijns om het besneeuwd gezicht

op weg naar vurig Luik zijn tegenstanders diep vriest,

ver weg van het heet asfalt op de wegen van de Tour.

En ik zie ook Bartoli en Vandenbroucke, sierlijke engelen

in de heidense onweerslucht op de La Redoute-flanken.

Of les frères De Vlaeminck die Kannibaal Merckx

sandwichen en meteen daarna rauw lusten tussen

de vlijmscherpe spaken van hun rode Flandria's.

En wie herinnert zich niet flandrien Dirk de Wolf

die -omdat hij de winnaarsroem niet alleen kon torsen-

in Luik wild gesticulerend op zijn vrouw roept

maar haar niet lang daarna voor een jonge vlam verlaat,

een tuil rozen die met onzichtbare doornen is getooid.

Besluiten in stijl doe ik met de sierlijke Steven Rooks,

uit het vlakke tulpenland overgewaaid naar het dichte zuiden

waar hij richting Luik uitgroeit tot de absolute regelmaat

op het rijk gevulde palmares van La Doyenne,

een Hollandse rouleur pur sang wiens naam in mijn hoofd

voor altijd in sierlijk schoonschrift zal geschreven staan.

Roem die nooit in rook zal opgaan.

willie verhegghe

 

 

 

 

 
Secured by Siteground Web Hosting